Exit through the Gift shop!

Wellicht kun je hier je heil vinden. Vaarwel!!

Waar in de wereld de filosofie te zoeken vandaag de dag? Where to start… Hieronder vind je via de hyperlinks een vijftal voor de hand liggende richtingen die je in kunt slaan.

  1. Het meest bij de hand (eerder nog: in de hand) is natuurlijk onze aller manusje van alles: Chat G. Nou, toe maar dan, hij staat altijd voor je klaar dus prompten maar.
  2. Als Chat weer eens hallucineert of op een andere manier aan de vraag Wat is filosofie? voorbijgaat, kun je je richten tot de handboeken en andere secundaire literatuur. Ga dan op onderzoek uit in de afdeling Onderzoek! en noteer je bevindingen. 
  3. Hoe kun je filosoof worden? Door filosofie te studeren aan een universiteit toch! Open dan eens een studiegids en laat je gidsen in je studie.
  4. Al die internetpagina’s, boeken en collegezalen… Komen die kamergeleerden wel eens in de echte wereld? Waar zijn de filosofen in de publieke ruimte en wat doen ze daar?
  5. De eersten de besten. Filosofie vind je natuurlijk bij de beroemde filosofen. Wat is filosofie volgens de filosofen?

Ga met je vragen te rade bij Chat G. totdat je tevreden bent. Druk vervolgens op “lees meer” en doe nu wat jou gevraagd wordt  

1. (Hoe) weet je dat het antwoord van Chat klopt?

2. Zou je de antwoorden van Chat als je eigen antwoorden durven inleveren?

3. Vergelijk jouw Chat-antwoorden met die van een ander: wat valt je op?

4. Bekijk je prompts: hebben ze aan de vraag Wat is filosofie? beantwoord? 

Lees onderstaande inleiding van de Studiegids Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden uit 1998 en beantwoord de vragen:

Wijsbegeerte, ook filosofie genoemd (naar het Griekse woord voor ‘liefde tot de wijsheid’), is van oudsher één van de pijlers van onze cultuur. Zij is ook een belangrijke intellectuele uitdaging. Filosofie studeren betekent een moedwillige confrontatie aangaan met de grondslagen en grenzen van werkelijkheid en kennis. Naast reflectie op, en inzicht in allerhande cultuurverschijnselen, van het denken van alledag tot de nieuwste ontwikkelingen in de vakwetenschappen, beoogt de studie wijsbegeerte vooral ook analytische en communicatieve vaardigheden bij te brengen. Studenten bekwamen zich in het ontrafelen van teksten en theorieën en worden opgeleid om ook hun eigen gedachten zo helder mogelijk te formuleren.

“Philosophy, from the earliest times, has made greater claims, and achieved fewer results, than any other branch of learning”, zo typeerde aan het begin van de twintigste eeuw de Britse filosoof Bertrand Russell (1872-1970) zijn vakgebied. Filosofie heeft van oudsher deze dubbelzinnige status: zij wordt enerzijds geroemd als koningin der wetenschappen, maar staat bij velen ook te boek als handelaar in gebakken lucht.

Dat wijsbegeerte een wat onduidelijke status heeft, hangt samen met het feit dat zij geen ‘vakgebied’ heeft in de normale zin van het woord. Allerlei takken van wetenschap houden zich bezig met min of meer duidelijk omschreven ‘gebieden’ of aspecten van de werkelijkheid. Natuurkunde, scheikunde, biologie en psychologie bestuderen de werkelijkheid voor zover zij stoffelijk, veranderlijk, levend en geestelijk is. Op al deze terreinen worden waarnemingen en experimenten gedaan; beproefdde theorieën worden vervangen door betere en er wordt vooruitgang geboekt. In de wijsbegeerte vindt men van dat alles niets. Er is geen eigen vakgebied en er is geen duidelijke vooruitgang. Filosofie houdt zich niet bezig met een deel van de werkelijkheid, maar veeleer met de werkelijkheid als geheel. Zij legt zich geen beperkingen op. In een beroemde omschrijving van Aristoteles heet het dat de vakwetenschappen het ‘zijnde’ bestuderen voor zover het stoffelijk, levend of bezield is, dus onder bepaalde aspecten, maar dat de wijsbegeerte het ‘zijnde als zijnde’ bestudeert, d.w.z. onder geen enkel speciaal aspect. Dit maakt wijsbegeerte in de ogen van de één tot de meest nobele en meest abstracte wetenschap, in de ogen van de ander tot de meest nutteloze en meest inhoudsloze bezigheid.

Bij de beoordeling van de zin van wijsbgeerte moet niet worden vergeten dat veel takken van wetenschap vroeger onder de noemer ‘filosofie’ vielen, maar zich in de loop der tijden als empirische wetenschap hebben verzelfstandigd. De oorsprong en inspiratie van deze terreinen van onderzoek ligt in de wijsbegeerte, maar de resultaten ervan gelden nu niet meer als wijsgerig. Dit geldt voor de staatkunde evenzeer als voor de natuurkunde, de linguïstiek, de cognitieve pychologie en tal van andere disciplines. Plato en Aristoteles schreven staatkundige tractaten die als ‘filosofie’ te boek stonden. Newton noemde zijn vakgebied ‘philosophia naturalis’ (‘natuurfilosofie’) en de moderne cognitiewetenschap is een aftakking van de ‘epistemologie’ of filosofische kennisleer.

Was het vroeger nog vanzelfsprekend dat filosofie direct contact maakt met alle facetten van menselijke inspanning; tegenwoordig is dit nagenoeg onmogelijk. Door verregaande specialisering en institutionalisering zijn de diverse vakgebieden zo versplinterd, dat elk mens nog maar een fractie van zijn terrein overziet, en aan een nog kleiner deel actief bijdraagt. Deze versplintering is typerend voor de moderne, westerse cultuur als geheel. Een filosoof kan onmogelijk meer, zoals in vroeger eeuwen, het geheel van wetenschap en cultuur omvatten. Gegeven deze ‘condition humain’ kan de wijsbegeerte heden ten dage wellicht het best worden omschreven als een poging zich denkend te oriënteren in een verbrokkelde wereld die geen mens meer kan overzien. Filosofie is niet zozeer een studie van een bepaald terrein, maar veeleer een kritische en reflexieve mentaliteit, een houding ten opzichte van alle onderwerpen die voor de mens van belang zijn. […]

Omdat filosofie bijzonder abstract is, vergt de studie veel geduld en zelfstandigheid. Studiediscipline is onontbeerlijk, net als doorzettingsvermogen. Je moet er beslist ook plezier in hebben veel te lezen, want het gereedschap van de filosoof is bij uitstek het boek.

Filosofie vraagt ook om een bepaald soort mentaliteit. “Die Philosophie macht traurige Leute”, zei de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860). Je moet er tegen kunnen. Je moet ontvankelijk zijn voor meningen en opvattingen die in het dagelijkse leven al gauw als muggenzifterij terzijde worden geschoven. Er zijn nauwelijks overtuigingen die niet aan filosofische kritiek worden onderworpen. Dit geldt overigens niet alleen voor andermans mening, maar moet vooral ook gelden voor de eigen opvattingen. Je moet daarom beschikken over voldoende kritische zin en incasseringsvermogen om kritiek te verwerken. De investering die van de student gevraagd wordt, moet beslist niet worden onderschat. Tegenover de investering staat echter een zeer aanzienlijk rendement aan algemene vorming, inzicht en vaardigheden.  

Vragen bij de tekst

  1. Wat is het voornaamste tekstdoel van deze tekst? Informerend, beschouwend, overtuigend of activerend? Beargumenteer je antwoord op basis van tekstpassages. 
  2. Hoe wordt de vraag Wat is filosofie? voornamelijk beantwoord in dit tekstfragment? Licht je antwoord toe.
  3. Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van een studie filosofie, aldus de tekst?
  4. Wat wordt er van de student filosofie gevraagd? Noteer je antwoord in steekwoorden. 
  5. Vergelijk de tekst uit 1998 met de inleidende tekst die vandaag de dag gebruikt wordt door de Universiteit Leiden (zoek op de site van de UL op ‘Instituut voor Wijsbegeerte’[t]). Wat valt je op?
  6. Zoek online tenminste nog twee studiegidsen van andere universiteiten op, Nederlandse en buitenlandse. Beantwoord de vragen 1 t/m 5 nu voor deze teksten. Overweeg tenslotte aan welke universiteit jij het liefst filosofie zou willen studeren. 
  7. Heb je door al deze vragen te beantwoorden voornamelijk geleerd over filosofie, of leren filosoferen? Licht je antwoord toe.

In dit document staan de antwoorden van een aantal filosofen op de vraag Wat is filosofie? Volg het stappenplan:

  1. Lees de uitspraken aandachtig en kies vervolgens twee filosofen uit: een die het volgens jou bij het juiste eind heeft en een die het volgens jou bij het verkeerde eind heeft. Neem twee blanco pagina’s in je notitieschrift en schrijf beide citaten nauwkeurig over (de een op de linkerpagina, de ander op de rechterpagina).  
  2. Beredeneer je keuzes: waarom heb je uit al die uitspraken deze twee gekozen? Schrijf je redenen uit onder de citaten.
  3. Bestudeer je uitgeschreven redenen en bekijk welke maatstaf (of maatstaven) je (wellicht onbewust) hebt gebruikt in je beoordeling.[t] Schrijf je maatstaven uit in imperatieven en overweeg of je ze kunt aanhouden of ze moet laten vallen.[t] 
  4. Vergelijk je antwoorden bij vragen 1 t/m 3 met je eigen antwoord op de vraag Wat is filosofie? Noteer overeenkomsten en verschillen. Wil je je eigen antwoord aanpassen? Zo ja, herformuleer dan je antwoord – en noteer de datum er weer bij. Wat maakt dat je je antwoord hebt aangepast? 
  5. Neem beide door jou gekozen filosofen voorlopig als een soort good cop/bad cop-gidsen op je filosofische weg. Neem je één of meerdere van onderstaande zaken voor: 
    1. Betrek beide filosofen waar mogelijk in andere oefeningen;
    2. Houd een korte presentatie waarin je beide filosofen zo scherp mogelijk probeert te contrasteren met elkaar; betrek ook uitdrukkelijk je eigen aanvankelijke voorkennis erbij;
    3. Zoek gelijkgestemden die dezelfde tekstfragmenten hebben gekozen en neem een of beide passages als uitgangspunt voor een sokratisch gesprek;
    4. Leer over je gidsfilosofen, maar boven alles: lees hun teksten en houd eens een referaat over een of meerdere relevante tekstpassages.