Exit through the Gift shop!

Wellicht kun je hier je heil vinden. Vaarwel!!

Bekend is Sokrates’ levensmotto ‘Ik weet dat ik niets weet’. In de passage hieronder blijkt wellicht toch enige valse bescheidenheid hieromtrent. 

Ook ik spreek zonder kennis en slechts op grond van een vermoeden. Maar dat juiste mening iets anders is dan kennis, is geen vermoeden maar een zekerheid. Als ik érgens van kan zeggen dat ik het weet, wat ik maar zelden kan, dan beschouw ik dit als een van de dingen die ik weet.[n] 

Vragen bij het tekstfragment

  1. (Wat) weet Sokrates nu precies? Lees het nauwkeurig na in de passage en noteer het.
  2. In de uitspraken hieronder staan drie verschillende wijzen waarop menen of mening wordt gebruikt: epistemologisch, esthetisch en ethisch. Plaats de zinnen in de juiste categorie. Bedenk ook welke oppositionele paren bij de uitspraken horen: waar/onwaar, mooi/lelijk en goed/slecht.
    1. Ik ben van mening dat Les Demoiselles d’Avignon Picasso’s mooiste schilderij is. 
    2. Ik meen dat de Mont Blanc de hoogste berg van Europa is. 
    3. Overigens ben ik van mening dat Carthago moet worden vernietigd.
  3. Wat voor een uitspraak is Sokrates’ uitspraak dat kennis iets anders is dan juiste mening?
  4. Geef een voorbeeld van een juiste mening waaruit blijkt dat het geen kennis is.
  5. Waarmee zou juiste mening nog moeten worden aangevuld opdat het echte kennis worde?

Om de betekenisverschillen tussen weten en menen/denken/geloven op het spoor te komen is het inzichtelijk een zogenaamde semantische analyse uit te voeren. Je kijkt dan naar de manier waarop beide termen wel en niet kunnen worden gebruikt. 

We gaan uit van de volgende twee uitspraken:

- Ik weet dat Bamako de hoofdstad van Mali is.
- Ik geloof/denk/meen dat Bamako de hoofdstad van Mali is. 
  1. Hieronder vind je een aantal variaties op de eerste uitspraak. Lees ze aandachtig en vul daarbij voor ‘weten’ ook telkens ‘geloven/denken/menen’ in. Wat leren de varianten je over het betekenisonderscheid tussen weten en geloven/denken/menen? Noteer je bevindingen:
    1. Ik weet dat Bamako de hoofdstad van Mali is, maar ik kan me vergissen.
    2. Ik weet dat Bamako de hoofdstad van Mali is, maar het blijkt niet waar te zijn.
    3. Ik wist dat Bamako de hoofdstad van Mali is, maar het blijkt niet waar te zijn.
    4. Ik weet een beetje dat Bamako de hoofdstad van Mali is.
    5. Ik weet dat Bamako de hoofdstad van Mali is, maar ik weet niet wat Bamako is.
  2. Iemand zegt: ‘Ik weet dat Ouagadougou de hoofdstad van Mali is.’ Volgens Sokrates bevindt deze persoon zich in de ergste toestand die hij zich kan indenken. Welke toestand is dat?