Exit through the Gift shop!

Wellicht kun je hier je heil vinden. Vaarwel!!

‘AI’ is een woord dat voortdurend valt, maar in het algemeen wordt de betekenis ervan zeer algemeen gebruikt, terwijl er tientallen vormen van kunstmatige intelligentie bestaan die wezenlijk van elkaar verschillen. ‘AI’ is als het woord ‘voertuig’. Stel je een wereld voor waarin alle transportmiddelen ‘voertuig’ worden genoemd – van fietsen tot auto’s en van vliegtuigen tot rakketten.   

Vraag: Bedenk eens een aantal verwarringen die vroeg of laat in deze wereld optreden als er over voertuigen wordt gesproken. En onderzoek vervolgens eens welke soorten en typen AI er zoal zijn en welke verwarringen er in het publieke debat ontstaan doordat alle AI op één hoop wordt gegooid. 

Je onderzoek (vast door een AI uitgevoerd) laat al snel zien: AI komt in gradaties. Doorgaans worden drie niveaus onderscheiden: Artificial Narrow Intelligence (ANI), Artificial General Intelligence (AGI) en Artificial Super Intelligence (ASI).    

ANI is al lang geen sciencefiction meer. Op 11 mei 1997 versloeg de schaakcomputer Deep Blue toenmalig wereldkampioen Garry Kasparov. En ANI zit inmiddels in vrijwel alle digitale systemen die onze huidige samenleving draaiende houden. 

Vraag: Onderzoek eens wat ANI voor zijn rekening neemt in systemen waar jij dagelijks gebruik van maakt.  

Volgens de meeste denkers die zich ermee bezighouden staat de mensheid op het punt de stap naar AGI te nemen. En een aantal denkers daarvan, waaronder Ray Kurzweil en de al genoemde Nick Bostrom, denkt dat de stap van AGI naar ASI snel genomen zal worden, en dat de menselijke intelligentie dus snel zal worden overtroffen door een artificiële superintelligentie. Een relatief klein aantal futurologen is ervan overtuigd dat de weg naar AGI en ASI veel langer is dan anderen voorspellen, en enkelen denken dat AGI nooit bereikt zal worden.[n]  

Verdere oriënterende vragen: 

  1. (Waarom) hangt de komst van ASI af van het behalen van AGI? 
  2. Bedenk dat de eerste ASI waarschijnlijk ook de enige zal zijn (een zogenaamde singleton), en wellicht zelfs een singulariteit. 
  3. De eerste de beste! Maar (hoe) geldt dat ook voor ASI? 
  4. Er wordt gesproken van the road to Superintelligence. Omschrijf de soort ontwikkeling die hier in het geding is. Laat je daarin leiden door de volgende onderscheidingen: lineair-exponentieel-cyclisch, evolutionair-revolutionair, continu-discontinu, convergent-divergent, adaptief-disruptief. 

Hoe de ‘general’ In Artificial General Intelligence te bedenken? Onderstaand fragment uit Descartes' Discours de la méthode geeft daarvoor aanwijzingen. Lees het en werk de erbij horende vragen schriftelijk uit: 

Hier verwijlde ik in het bijzonder bij het bewijs dat, als er zodanige machines waren, die de organen en het voorkomen van een aap of ander redeloos dier hadden, wij geen enkel middel zouden hebben om in te zien dat zij niet in alles van denzelfden aard als die levende wezens waren. Terwijl als er waren die gelijkenis met ons lichaam hadden en onze handelingen zo goed nabootsten als practisch maar mogelijk was, wij altijd twee zeer zekere middelen zouden hebben om in te zien dat zij daarom toch geen echte mensen waren. Het eerste is dat zij nooit woorden konden gebruiken of andere tekens konden samenstellen zoals wij doen om aan de anderen onze gedachten duidelijk te maken. Want men kan zich wel denken dat een machine zodanig is gemaakt dat ze woorden uitbrengt, en zelfs dat ze er enkele uitbrengt naar aanleiding der lichamelijke werkingen die enige verandering in haar organen zullen teweegbrengen, zoals dat, wanneer men haar op een bepaalde plek aanraakt, ze vraagt wat men haar wil zeggen; wanneer op een andere, ze schreeuwt dat men haar pijn doet en dergelijke. Maar niet dat ze die woorden verschillend rangschikt om te antwoorden op den zin van alles wat men tot haar zeggen zal, gelijk de domste mensen kunnen. Het tweede is dat, al deden zij verschillende dingen evengoed of misschien beter dan iemand onzer, ze onvermijdelijk in enige andere dingen zouden falen, zodat men zou ontdekken, dat ze niet handelden door inzicht, maar alleen door de inrichting van hun organen. Want, terwijl de rede een universeel werktuig is, dat in alle mogelijke omstandigheden kan dienen, hebben deze organen een zekere bijzondere inrichting nodig voor elke afzonderlijke handeling. 

Vandaar dat het praktisch onmogelijk is dat er genoeg verschillende in een machine zijn om deze in alle zich voordoende omstandigheden des levens op dezelfde wijze te doen werken als onze rede ons doet handelen. Door deze twee zelfde middelen nu kan men ook het verschil inzien dat er is tussen de mensen en de dieren. Want het is heel merkwaardig dat er geen mensen zo stomp of dom zijn, krankzinnigen zelfs niet uitgezonderd, die niet in staat zijn verschillende woorden bijeen te groeperen en daaruit een uitdrukking samen te stellen waardoor zij hun gedachten te verstaan geven, en daarentegen er geen ander levend wezen is, hoe volkomen en van gelukkigen aanleg het zijn moge, dat iets dergelijks doet. Wat niet komt doordat ze daartoe de organen missen, want men ziet dat eksters en papegaaien woorden kunnen voortbrengen zoals wij en toch niet kunnen spreken zoals wij, dat wil zeggen daarbij blijk gevend dat ze denken wat ze zeggen. Terwijl mensen die, doof en stom geboren, verstoken zijn van de organen die den anderen dienen om te spreken, evenzeer of meer dan de dieren, uit zichzelf enige tekens plegen uit te vinden waardoor ze zich doen begrijpen door hen die gewoonlijk met hen verkeren en de gelegenheid hebben hun taal te leren. Dit bewijst niet alleen dat de dieren minder rede bezitten dan de mensen, maar dat ze er in het geheel geen bezitten. Want men ziet dat er zeer weinig van nodig is om te kunnen spreken en, al moge men ongelijkheid opmerken tussen de dieren van eenzelfde soort evenzeer als tussen de mensen, en sommige gemakkelijker te dresseren zijn dan andere, zo is het niet te geloven dat een aap of papegaai, ook als hij tot de volmaaktste van zijn soort behoorde, daarin niet een kind zou evenaren dat tot de domsten behoort of althans een kind welks hersenen gekrenkt zijn, indien hun ziel niet van geheel anderen aard was dan de onze. En men moet de woorden niet verwarren met de natuurlijke bewegingen die de aandoeningen uitdrukken en door machines evengoed als door dieren nagebootst kunnen worden, noch ook denken, als enige Ouden, dat de dieren spreken, hoewel wij hun taal niet verstaan. Want als dat waar was zouden ze, daar ze verschillende organen hebben die gelijken op de onze, zich evengoed verstaanbaar kunnen maken voor ons als voor hun gelijken. Ook is zeer merkwaardig dat, hoewel er verschillende dieren zijn die blijk geven van meer vaardigheid dan wij in sommige hunner handelingen, men toch ziet dat dezelfden daarvan geen blijk geven in vele andere. Zodat wat ze beter doen dan wij niet bewijst dat ze een geest hebben, want in dat geval zouden ze er meer van hebben dan ieder onzer en beter doen in ieder ander ding; maar veeleer dat ze er geen hebben en dat de natuur het is die in hen werkt volgens de inrichting hunner organen. Zoals men ziet dat een uurwerk dat enkel samengesteld is uit raderen en veren nauwkeuriger de uren kan tellen en den tijd meten dan wij met al ons verstand.[n] 

Vragen bij het tekstfragment: 

  1. Wat doet Descartes in dit fragment? 
    1. Je kunt Descartes zien als een voorloper.  
    2. Hoe is het verschil tussen ANI en AGI terug te lezen in het fragment? 
  2. Onderzoek hoe Descartes in dit fragment een proto-Turingtest verzint en hoe je er volgens Descartes achter kunt komen dat je met echte mensen te maken hebt, en niet met dieren of machines 
  3. Leg uit waarom je Descartes’ visie op het onderscheid tussen mensen en dieren niet als volgt kunt samenvatten: De mens kan praten, dieren kunnen niet praten.  
  4. Descartes’ tekst stamt uit 1637. Wordt zijn denken over denken inmiddels niet weerlegd door het bestaan van Large Language Models? 
  5. Je kunt de tekst ook tegendraads lezen, door te letten op de woorden waarin gesproken wordt. Wat valt je op als je kijkt naar hoe de woorden algemeen (universeel), artificieel (machine) en intelligentie (rede, inzicht) hier vallen? 

Hoe de ‘super’ In Artificial Super Intelligence voor te stellen? Onderstaand fragment uit Nietzsches Also sprach Zarathustra geeft daarvoor een aanwijzing. Lees het en werk de erbij horende vragen schriftelijk uit:  

Als Zarathustra in die nächste Stadt kam, die an den Wäldern liegt, fand er daselbst viel Volk versammelt auf dem Markte: denn es war verheissen worden, dass man einen Seiltänzer sehen solle. Und Zarathustra sprach also zum Volke: 

Ich lehre euch den Übermenschen. Der Mensch ist Etwas, das überwunden werden soll. Was habt ihr gethan, ihn zu überwinden? 

Alle Wesen bisher schufen Etwas über sich hinaus: und ihr wollt die Ebbe dieser grossen Fluth sein und lieber noch zum Thiere zurückgehn, als den Menschen überwinden? 

Was ist der Affe für den Menschen? Ein Gelächter oder eine schmerzliche Scham. Und ebendas soll der Mensch für den Übermenschen sein: ein Gelächter oder eine schmerzliche Scham. 

Ihr habt den Weg vom Wurme zum Menschen gemacht, und Vieles ist in euch noch Wurm. Einst wart ihr Affen, und auch jetzt noch ist der Mensch mehr Affe, als irgend ein Affe. 

Wer aber der Weiseste von euch ist, der ist auch nur ein Zwiespalt und Zwitter von Pflanze und von Gespenst. Aber heisse ich euch zu Gespenstern oder Pflanzen werden? 

Seht, ich lehre euch den Übermenschen! 


Vragen bij het tekstfragment: 

  1. Wat doet Zarathustra in dit fragment? 
  2. Welke aanwijzing geeft het woord Übermensch naar het voorstellen van ‘super’ in ASI? 
  3. Er speelt een zekere maatstaf, want Zarathustra spreekt van de meest wijze onder de mensen. Omschrijf deze maatstaf.