Exit through the Gift shop!

Wellicht kun je hier je heil vinden. Vaarwel!!

Het woord ‘essay’ komt oorspronkelijk van de Franse woorden essai (probeersel) en essayer (uitproberen). In een essay probeer je een antwoord te geven op een vraag die voortkomt uit een ervaring die je al hebt opgedaan. Het wordt een filosofisch essay als deze vraag een eigen vraag is, dat wil zeggen een vraag waarin je eigen identiteit betrokken is. Het schrijven van een filosofisch essay is in feite zelfonderzoek: je eigen identiteit als respectievelijk levend wezen, moderne mens, Europeaan, Nederlander, man/vrouw, kind, leerling, sterveling etc. raakt in het geding. Aan de basis van een filosofisch essay staat dus zelftwijfel – que sais-je?


In het schrijven van een essay doorloop je grofweg de volgende stadia (die vaak ook de uiteindelijke tekst aldus indelen):

  1. Zoek naar een concrete, eigen ervaring en neem deze als uitgangspunt voor je literaire zelfonderzoek;
  2. Onderzoek de abstracte begrippen die in deze ervaring spelen;
  3. Stel vervolgens een eigen filosofische vraag naar aanleiding van deze onderzochte ervaring;
  4. Beschouw! Ga met je vraag op (onder)zoek bij (tenminste) twee relevante filosofen, liefst tegenpolen; probeer hun gedachten en begrippen voor jezelf te laten gelden;
  5. Keer terug naar je uitgangservaring en toets je zelf: dacht je jezelf te kennen en weet je nu beter/meer/minder/niet meer/anders?


    Wacht nooit te lang met schrijven! Zodra de eerste drie stadia van essayer min of meer doorlopen hebt, kun je de pen al pakken en je idee eens uitproberen in een mini-essay.   

    Ziehier een beroemd voorbeeld daarvan van Jorge Luis Borges, ‘Argumentum Ornithologicum’, uit het boek De Maker:

    Ik sluit mijn ogen en zie een zwerm vogels. Het visioen duurt een seconde of misschien korter; ik weet niet hoeveel vogels ik heb gezien. Was hun aantal bepaald of onbepaald? Deze vraag impliceert die naar het bestaan van God. Als God bestaat, is het aantal bepaald, want God weet hoeveel vogels ik heb gezien. Als God niet bestaat, is het aantal onbepaald, want dan kan niemand de telling verrichten. In dat geval zag ik niet negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie of twee vogels. Ik zag een aantal tussen de tien en één, dat niet negen, acht, zeven, zes, vijf, enz., is. Een dergelijk getal is niet voorstelbaar: ergo, God bestaat. 

    Wat goed te zien is aan het voorbeeld van Borges is hoe een essay bij de lezer werkt: het biedt geen voor de hand liggende conclusie, maar zet aan tot denken, tot redeneren, tot het verzinnen van tegenargumenten. Klopt het wel wat Borges beweert? Hoezo is een onbestaand getal een bewijs dat God bestaat? Kun je het bestaan van God wel beredeneren? De lezer maakt als het ware zélf het essay af.

    Schrijf nu zelf een mini-essay van maximaal tien zinnen. Probeer zo te schrijven dat je de lezer aan het denken zet, maar vooral ook jezelf!